Dossier 65 years of Roularta influencing editorial - De vierde macht, door Daan Killemaes

Print

“Vroeger konden we geknoei met de begroting onder de mat vegen. Dat is vandaag ondenkbaar, omdat de pers een veel grotere controlefunctie uitoefent,” vertrouwde een doorwinterd beleidsmaker ons recent toe. Dit citaat illustreert hoe de macht van de media de voorbije jaren sterk is toegenomen. Media worden terecht als de vierde macht gezien, naast de wetgevende, uitvoerende de rechterlijke macht. De vraag is zelfs of de vierde plaats nog de juiste plaats is in de maatschappelijke machtsorde. Om een prominent bestuurslid van een Belgische grootbank te citeren: “Jullie beseffen de impact van jullie schrijfsels niet. De helft van de agenda van onze Raad van Bestuurd wordt gedicteerd door de nieuwsverhalen die de media brengen.”

De macht van de media wordt misschien te groot, maar enige relativering is op zijn plaats. Journalisten brengen verslag uit, maar formuleren de antwoorden niet, ook al is de opiniërende journalistiek, die zelf de feiten interpreteert en becommentarieert, in opmars. Journalisten stellen vragen, maar ze nemen geen beslissingen. Journalisten graven feiten op, maar ze kunnen niet voor rechter spelen. Journalisten zullen altijd waarnemers en buitenstaanders blijven. Als ze toch spelers op het veld worden, dan verloochen ze hun maatschappelijke functie en deontologie. 

Als de pers haar rol correct speelt, is ze een noodzakelijke tegenmacht voor beleidsmakers, bedrijfsleiders en alle andere beslissingsnemers. Zonlicht is het beste ontsmettingsmiddel ten corruptie, tegen machtsmisbruik, of tegen slecht beleid in het algemeen. Als de maatschappij juist geïnformeerd is, wordt het voor politici lastiger om de kluit te belazeren. De pers kan de kostprijs van geknoei zodanig hoog opdrijven, dat het geknoei afneemt. Een blad als Trends probeert op die manier haar steentje bij te dragen aan een sterke economie en een gezonde democratie. Deze macht is groot en verdedigbaar als enkele basisregels gerespecteerd worden. Wat we op papier zetten moet op de eerste plaats feitelijk juist zijn, en ten tweede en nog belangrijker, het moet in alle onafhankelijkheid geschreven zijn. Zolang we ons aan deze code houden, kunnen we een grote rol spelen in het maatschappelijk debat, als waarnemer en als bewaker van de feiten. De geciteerde beleidsmaker had trouwens géén heimwee naar de oude tijden.